EPB-verslaggeving

Waarom is er een energieprestatieregelgeving?

De Vlaamse overheid wil in het kader van het behalen van de Kyoto-doelstelling energiezuinig bouwen en verbouwen sterker stimuleren, en ze wil tegelijkertijd benadrukken dat ze gezonde en comfortabele woningen belangrijk vindt.

Alle woningen waarvoor vanaf 1 januari 2006 een aanvraag om te bouwen of verbouwen wordt ingediend, moeten een bepaald niveau van thermische isolatie, energieprestatie en binnenklimaat behalen.

Wanneer is het besluit van de Vlaamse Regering (11 maart 2005) tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen van toepassing?

Overeenkomstig artikel 2 is het besluit van toepassing op

  • gebouwen waarvoor energie verbruikt wordt om ten behoeve van mensen een specifieke binnentemperatuur te bereiken
    EN
  • waarvoor een aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend.

Wat wordt bedoeld met een stedenbouwkundige vergunning?

In het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening staat het volgende:

HOOFDSTUK III. - Vergunningen
Afdeling 1. - De stedenbouwkundige vergunning
Art. 99. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning:

  • 1° bouwen, op een grond één of meer vaste inrichtingen plaatsen, een bestaande vaste inrichting of bestaand bouwwerk afbreken, herbouwen, verbouwen of uitbreiden, met uitzondering van instandhoudings- of onderhoudswerken;
  • 6° het geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie van een onroerend bebouwd goed met het oog op een nieuwe functie, voorzover deze functiewijziging voorkomt op een door de Vlaamse regering op te stellen lijst van de vergunningsplichtige functiewijzigingen;
  • 7° in een gebouw het aantal woongelegenheden wijzigen die bestemd zijn voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande, ongeacht of het gaat om een eensgezinswoning, een etagewoning, een flatgebouw, een studio of een al dan niet gemeubileerde kamer;

Onder bouwen en plaatsen van vaste inrichtingen, zoals bedoeld in het eerste lid, 1°, wordt verstaan het oprichten van een gebouw of een constructie of het plaatsen van een inrichting, zelfs uit niet-duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan, ook al kan het ook uit elkaar worden genomen, verplaatst of is het volledig ondergronds. Dit behelst ook het functioneel samenbrengen van materialen waardoor een vaste inrichting of constructie ontstaat, en het aanbrengen van verhardingen.

Onder instandhoudings- of onderhoudswerken zoals bedoeld in het eerste lid, 1°, worden werken verstaan die het gebruik van het gebouw voor de toekomst ongewijzigd veilig stellen door het bijwerken, herstellen of vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen.

Zijn er vrijstellingen en afwijkingen mogelijk?

HOOFDSTUK IV. - Vrijstellingen en afwijkingen
Art. 19. Wanneer bij het indienen van de aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor een gebouw met beschermd volume kleiner dan 3000 m3;, de tussenkomst van een architect niet vereist is, zijn de EPB-eisen van dit besluit niet van toepassing.

Art. 20. Voor beschermde monumenten en bestaande gebouwen die deel uitmaken van een beschermd landschap, stads- of dorpsgezicht , zijn enkel de EPB-eisen van dit besluit bij herbouw en uitbreiding, zoals vastgelegd in de artikelen 14 en 15, van toepassing.

Art. 21. Gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten en die niet vallen onder de toepassing van artikel 20, kunnen vrijgesteld worden van één of meerdere van de EPB-eisen die in dit besluit worden bepaald.

Art. 22. § 1. Industriële gebouwen met een beschermd volume groter dan 3000 m3 waarvoor het behalen van de EPB-eisen technisch, functioneel of economisch niet haalbaar is, kunnen vrijgesteld worden van één of meerdere van de EPB-eisen die in dit besluit worden bepaald.

§ 2. Industriële gebouwen met een beschermd volume groter dan 3000 m3 waarin industriële processen plaatsvinden die zelf warmte produceren en waarvoor om die reden koeling of een geforceerde ventilatie moet worden voorzien ten behoeve van een aanvaardbaar binnenklimaat, kunnen vrijgesteld worden van een of meerdere van de EPB-eisen die in dit besluit worden bepaald.

Art. 23. Voor gebouwen die gebruik maken van innovatieve bouwconcepten of technologieën waarop de in de bijlagen bij dit besluit gevoegde berekeningswijzen niet kunnen worden toegepast, kan een afwijking aangevraagd worden om te worden beoordeeld door middel van een alternatieve berekeningswijze, voor zover kan aangetoond worden dat de prestatieniveaus van het gebouw minstens gelijkwaardig zijn aan de in dit besluit gestelde eisen.

Wat is een verslaggever?

Het antwoord vinden we terug in het decreet van 7 mei 2004 van de Vlaamse Gemeenschap houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat:

12° verslaggever: een natuurlijke persoon die in opdracht van een aangifteplichtige de EPB-aangifte opstelt en die beschikt over een diploma van architect, burgerlijk ingenieur architect, burgerlijk ingenieur of industrieel ingenieur; de functie van verslaggever kan ook waargenomen worden door de architect die belast is met het ontwerp van het gebouw of met de controle op de uitvoering van de werkzaamheden;

Wanneer wordt een verslaggever aangesteld?

Art. 10. § 1. Voor werkzaamheden en handelingen aan gebouwen waarvoor EPB-eisen gelden, stelt de aangifteplichtige voor de aanvang van de werkzaamheden en handelingen een verslaggever aan.

§ 2. De werkzaamheden en handelingen worden pas aangevat nadat een startverklaring is ingediend. De startverklaring wordt ondertekend door de aangifteplichtige, de aangestelde verslaggever en de architect belast met de controle op de uitvoering van de werkzaamheden.

 

© 2015 VIA FUTURA | Webcommunication